submenu

Middenhut - 23/04/2021

Meer dan riante villa’s achter dikke hagen

In het vorige nummer van ‘buurten’ begonnen we aan onze verkenningstocht door Rode in de wijk Ten Broek. In deze aflevering nemen we de Middenhut onder de loep. Sinds de tweede helft van de 19e eeuw staat deze wijk synoniem voor exclusief wonen.

Een groene omgeving en de nabijheid van de hoofdstad, het is een aantrekkelijke combinatie. Dat was ook midden 19e eeuw zo, toen de gronden van het Zoniënwoud gerooid en verkaveld werden. De aanleg van de spoorlijn Brussel-Charleroi met een station in Sint-Genesius-Rode maakte de groene oase vlot bereikbaar voor de Brusselse bourgeoisie, die massaal een buitenverblijf zocht om de stank en vervuiling van de stad te ontvluchten.

De Middenhut dankt haar naam – weinig verrassend – aan haar centrale ligging tussen de Kleine Hut en de Grote Hut. De Middenhut is de jongste van de drie buurten, en kwam pas net voor de Eerste Wereldoorlog ten volle tot ontwikkeling, toen de tram van het Rouppeplein in Brussel naar de Kleine Hut langs de Waterloosesteenweg werd doorgetrokken, tot Waterloo. De Hutten werden populaire bestemmingen voor Brusselse zondagstoeristen. Verschillende afspanningen werden opgericht, zoals de Laiterie Centrale, een café-restaurant en pension uit 1920 op de hoek met de Zoniënwoudlaan. De buurtspoorweg werd in 1960 afgeschaft en vervangen door een buslijn.

Van Horta tot Mobutu

Liefhebbers van architectuur kunnen hun ogen de kost geven. Je vindt hier een staalkaart van de 20e-eeuwse bouwstijlen, van Engelse cottages tot modernistische villa’s. Voor zover die huizen tenminste niet verscholen liggen achter omheiningen en hagen.

De Urvaterwoning in de Lequimelaan is een van de opmerkelijkste woningen in de buurt. Het huis werd in 1958 gebouwd in de toen vooruitstrevende brutalistische stijl. De opdrachtgever was diamantair Joseph ‘Bertie’ Urvater, die zijn aanzienlijke kunstcollectie een plek wilde geven. Na Urvaters faillissement in 1962 werd het domein verkocht aan de Congolese staat. De Zaïrese president Mobutu – die in ons land meerdere optrekjes had – verbleef hier regelmatig. Na zijn dood werd het huis verkocht. Even werd het met de sloop bedreigd, maar in 2004 werd het huis alsnog beschermd. Van op de straat is het huis nauwelijks te zien. De forse monumentale poort geeft een idee van hoe de rest van het domein eruitziet.

Een villa met een soortgelijk verhaal staat in de Goede Luchtlaan, nabij de grens met Ukkel. Dit art-nouveaulandhuis werd in 1904 ontworpen door niemand minder dan Victor Horta. In vergelijking met de zwierige meesterwerken die Horta voordien in het centrum van Brussel had laten verrijzen, is dit pand een eerder bescheiden bijdrage. Bovendien werd het ingrijpend verbouwd. Daardoor glipte het huis door de mazen van het beschermingsnet. In 2016 waren er plannen om het huis met de grond gelijk te maken. Het gemeentebestuur gaf een sloopvergunning, maar de provincie trok die weer in.

Windtunnel

De rust in de Middenhut wordt elk jaar eind september verstoord. Dan vindt er – tenzij een virus daar een stokje voor steekt – de grote rommelmarkt plaats. Al meer dan dertig edities trekt Feest in Rode tienduizenden bezoekers.

Rust vind je dan weer zelden langs de Waterloosesteenweg. Hier raast het verkeer continu langs het Zoniënwoud. De voorbije maanden werd op het kruispunt met de Zoniënwoudlaan gewerkt aan een hoppinpunt. Dat is een knooppunt waar je vlot van vervoermiddel kunt veranderen. Het hoppinpunt – met groene parking, een fietsenstalling met groendak en een aantal fietskluizen – maakt deel uit van de nieuwe onthaalpoort van het Zoniënwoud. Later zul je in de voormalige boswachterswoning in de Sint-Michielsdreef terecht kunnen om iets te eten of te drinken.

Aan de andere kant van de Waterloosesteenweg, langs de kant van Rode, ligt tussen de statige villa’s ook het Von Karmaninstituut. Dat is een internationaal gerenommeerde onderzoeksinstelling op het gebied van vliegtuigaerodynamica. De grootste windtunnel van ons land is hier te vinden. Die wordt onder meer gebruikt voor het ESA-ruimtevaartprogramma, maar onder meer ook door wielrenners die hun rijhouding proberen te verbeteren. Het instituut dankt zijn naam aan de Hongaar Theodore von Kármán, de eerste voorzitter van het centrum, tot zijn dood in 1963. Het instituut werd opgericht in 1957, maar de site kent een langere geschiedenis. In 1922 was dit een onderzoeksinstelling van het Belgische ministerie van Landsverdediging. In de begindagen van de luchtvaart werd op het oefenplein voor de grote loods een recordvlucht met een helikopter met twee rotors uitgevoerd. Een gedenkplaat aan de oprijlaan herinnert hieraan.

Het Von Karmaninstituut is niet de enige plek in de Middenhut waar een stukje luchtvaartgeschiedenis werd geschreven. Aan de rotonde op de Sint-Annalaan stond in de jaren 40 een hangar, met daarin een verkenningsvliegtuigje. Dit was het Belgische hoofdkwartier van de Italiaanse luchtmacht, bondgenoot van de Duitse bezetter. Met dat vliegtuigje organiseerden Italiaanse soldaten ’s zondags rondvluchten voor wie dat kon betalen. Lang heeft die handel niet geduurd. De Italiaanse luchtmacht was geen partij voor de snellere Britse Spitfires. De Italianen vertrokken dus vrij snel uit Rode. Hun plaats werd voor de rest van de oorlog ingenomen door Duitse piloten.

Ontspannen

In de Trilpopulierenlaan, aan de achterzijde van het Von Karmaninstituut, konden ambtenaren van Verkeerswezen en RTT (de voorloper van Proximus) bijna vijftig jaar lang tot rust komen in het voormalige ontspanningscentrum Marcel Malderez. Het centrum – met tennisvelden, zwembad en minigolf – is vernoemd naar de toenmalige secretarisgeneraal van het ministerie van Communicatie. In 2001 sloot het verlieslatende domein de deuren. Sindsdien ligt dat terrein er verwaarloosd bij, en het was ondanks de prikkeldraad al vaak het slachtoffer van vandalen. Maar daar komt misschien snel verandering in, want het Von Karmaninstituut wil uitbreiden naar de site. De gemeente toonde ook al interesse in een deel van het domein, om er een groene speelen ontmoetingsplek van te maken.

 

Tekst: Wim Troch
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten april 2021