submenu

Mia Hellemans van kinderdagverblijf Tinkelbel met pensioen - 22/06/2020

‘Geen afscheid kunnen nemen door coronavirus’

Na 38 jaar als verantwoordelijke van kinderdagverblijf Tinkelbel in Sint-Genesius-Rode mag Mia Hellemans (63) nu genieten van haar welverdiend pensioen. ‘Ik vind het jammer dat ik door het coronavirus van de meeste ouders en kinderen geen afscheid heb kunnen nemen.’

Mia Hellemans heeft na bijna vier decennia een belangrijk hoofdstuk in haar leven afgesloten. Amper 25 jaar was ze toen ze in 1982 in jeansbroek op haar Honda Amigobromfiets aankwam voor haar eerste werkdag als verantwoordelijke in wat toen nog kinderdagverblijf De Hoek heette. ‘Via vrienden vernam ik dat het kinderdagverblijf op zoek was naar een directrice’, vertelt Mia. ‘Ik werkte toen als verpleegkundige op de dienst pediatrie in het Sint-Elisabeth- ziekenhuis in Ukkel, waar ik meedraaide in de nachtploeg. Ik deed die job heel graag, maar had toen al twee kinderen.

De combinatie begon ondoenbaar te worden. Tot mijn verbazing kwam ik als eerste uit het examen en kon ik beginnen. Dat mijn nieuwe baan vlak bij huis was, was mooi meegenomen. We woonden toen op een appartement in Alsemberg, al hadden we op dat moment al een grond gekocht in een nieuwe verkaveling in Sint-Genesius-Rode, de thuisbasis van mijn man.’

In de beginjaren was een van Mia’s taken het kinderdagverblijf meer bekendheid geven. ‘De zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën hadden het kinderdagverblijf midden jaren 70 opgericht, omdat ze merkten dat meer en meer jonge moeders begonnen te werken. Alleen wist nog niet iedereen van ons bestaan. Dus ben ik promotie beginnen te voeren. Ik liet zelfs advertenties in het telefoonboek plaatsen’, herinnert Mia zich. ‘Die eerste jaren waren de 36 beschikbare plaatsen niet ingevuld. Na verloop van tijd vonden veel cursisten van de vlakbij gelegen GLTT, een school voor volwassenenonderwijs, de weg naar ons. Ook vingen we veel kinderen uit Waterloo op. Het aantal plaatsen steeg later naar 39. Intussen werken we zelfs met een wachtlijst met voorrangsregels. Enkele jaren na mijn aanstelling hebben we de naam veranderd naar Tinkelbel. De invloed van de zusters nam gaandeweg af. Die eerste jaren overhandigden we hen nog persoonlijk de bijdragen van de ouders. We hadden hier veel cash geld liggen. Echt veilig was dat niet, want het gebouw ligt nogal afgelegen.’

Dat Mia uiteindelijk 38 jaar aan het roer zou blijven staan, is best bijzonder te noemen. ‘Er zijn momenten geweest dat ik eraan dacht om terug te keren naar de verpleging. Maar mijn job hier was te boeiend. Het is fijn om de kinderen te zien groeien, letterlijk en figuurlijk. De eerste drie levensjaren van een kind zijn enorm belangrijk. Samen met het hele team hebben we van Tinkelbel een plaats willen maken waar kinderen vrij zijn en waar ze zonder druk op ontdekking kunnen gaan. Daar heb ik altijd over gewaakt’, zegt ze. ‘Toch zijn de verwachtingen doorheen de jaren toegenomen. Vroeger moesten de kinderbegeleiders zich vooral bezig houden met kindjes in bed stoppen, luiers verschonen, eten geven … Dat moeten ze natuurlijk nog altijd doen, maar nu is daar een deel opvoeden bijgekomen. Een kind moet een en ander kunnen als het hier vertrekt en moet voorbereid zijn op de kleuterschool. Omdat we een vrij klein team zijn, ben ik geregeld ingesprongen. Mijn bewondering voor de kinderbegeleidsters is er alleen maar door toegenomen. Ze werken hard én hebben veel inzicht. Zo kunnen ze de ouders waardevol advies geven.’

De mooie loopbaan van Mia is wel op een sisser geëindigd. Door het coronavirus verliep haar laatste anderhalve maand anders dan verwacht. Van veel ouders en kinderen heeft ze ook geen afscheid kunnen nemen toen ze op 23 april de deur van het kinderdagverblijf achter zich dichttrok. ‘Toen het coronavirus ook in ons land uitbrak, hebben verschillende ouders hun kindjes thuis gehouden. De meeste kinderen en ouders heb ik sindsdien niet meer gezien. Ik had hen zo graag willen bedanken voor hun steun en vertrouwen. Via een brief heb ik hen die boodschap nog proberen over te maken. Met alle ouders hadden we een goede band. Het bureau van de staf bevindt zich aan de ingang en de deur stond altijd open. Daardoor kwamen de ouders regelmatig een babbeltje slaan. Die gesprekken zorgden voor een band die ik ga missen. Weet je dat ik sommige ouders hier vroeger nog als kind heb opgevangen?’

Haar collega’s hebben Mia wel nog kunnen uitzwaaien, een week voor de afkondiging van de coronamaatregelen. ‘Gelukkig is dat afscheidsfeest nog kunnen doorgaan. Met een smoes hadden ze mij op een zaterdag naar het kinderdagverblijf gelokt. Ik had niets in de gaten. De verrassing was dan ook groot toen ik binnenging en iedereen voor mijn neus stond. Al mijn collega’s waren er, ook verschillende oud-werknemers. Het was een fijne avond met onder meer een driegangenmenu en mijn zoon die voor de muziek zorgde. Ik kreeg nog een album mee met foto’s van mezelf door de jaren heen.’

Het coronavirus heeft niet alleen Mia’s afscheid in de war gestuurd. De eerste weken van haar pensioen zijn ook niet verlopen zoals verwacht. ‘Ik had allerlei plannen, maar door deze vreemde periode komt daar voorlopig niets van in huis. Ik wilde meer reizen. Dat heb ik vroeger als kind veel gedaan, want mijn vader was diplomaat. Ik ben in Afrika geboren en heb onder meer in New York, Pakistan en Singapore gewoond. En ik wou meer op mijn kleinkinderen passen, maar ook dat is niet toegestaan. Gelukkig is Sint-Genesius-Rode een mooie gemeente in het groen. Ik woon hier graag en ik ken veel mensen door mijn job. Vroeger begroetten de mensen vooral mijn man, nu is het andersom’, lacht Mia. ‘Het fijne aan met pensioen gaan is de mentale rust. Het doet veel te weten dat het kinderdagverblijf in goede handen is bij mijn opvolgster. Karen (De Donder, n.v.d.r.) is sinds begin maart in dienst. Niet vanzelfsprekend om in deze coronaperiode meteen mee te draaien, maar ze doet het voortreffelijk.’

 

 

Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten juni 2020