submenu

De gevolgen van COVID-19 voor ons welzijn - 19/06/2020

Onze gevoelens bij het virus

Stilaan geraken we uit de lockdown, maar van het virus zijn we nog niet af en alle schadelijke gevolgen ervan zijn nog lang niet in kaart gebracht. Met welzijnseconoom Lieven Annemans en psycholoog Francisco D’Hoore praten we over de impact van het virus en de maatregelen op ons geestelijke welzijn.

Doctor Lieven Annemans uit Wemmel is professor in de gezondheids- en welzijns- economie aan de UGent. Als gezondheidseconoom onderzoekt hij hoe met de beschikbare middelen een zo goed mogelijke gezondheidszorg kan worden aangeboden. Als welzijnseconoom is  hij bezig met het herorganiseren van maatschappij en economie in functie van ons welzijn, onder meer aan de hand van zijn Nationaal Geluksonderzoek. Annemans maakt deel uit van de subgroep gezondheidszorg van de fameuze federale expertengroep (GEES) en adviseert op Vlaams niveau minister van Welzijn Wouter Beke, onder meer om te voorkomen dat mensen zich geestelijk slecht (of nog slechter) gaan voelen door corona.

‘Vlak voor de eerste versoepeling van de lockdown, op 28 april, heeft IDEWE (externe dienst voor preventie en bescherming op het werk) een studie gepubliceerd waaruit bleek dat 40 % van de mensen zich ongelukkiger en neerslachtiger voelt dan voordien. Dat is veelbetekenend. Alle zeven de factoren die we in ons geluksonderzoek gebruiken om het ‘gemiddelde geluk’ van de Belg te meten, worden mogelijk beïnvloed door de crisis. De financiële situatie gaat er voor veel mensen op achteruit. De gezondheid voor sommigen ook – temeer omdat mensen aarzelen om hulp te zoeken voor andere problemen dan COVID-19. Woon- en  werkomstandigheden zijn in veel gevallen moeilijker, bijvoorbeeld omdat gezinnen permanent samen moeten zitten, en omdat het werk onzekerder, gecompliceerder of stressvoller is geworden. Het beperken van sociale relaties leidt tot verhoogde eenzaamheid. Het gevoel van veiligheid en zekerheid neemt af. En ook de laatste twee factoren – zich nuttig kunnen voelen en voldoende rust kunnen inbouwen – worden beïnvloed. Zij het niet alleen op een negatieve manier. Werken in de tuin of een cursus mindfulness beginnen kan tot meer rust leiden. Maskers maken of ouderen helpen kan ertoe bijdragen dat je je nuttiger voelt. Meer fietsen en wandelen maakt je dan weer gezonder.’

Globale monitoring

Na de eerste coronagolf moeten we alles blijven monitoren, vindt Annemans. ‘Je moet niet alleen naar het virus kijken, maar ook naar cijfers over armoede, werkloosheid of neerslachtigheid. Cijfers van het Centraal Planbureau laten zien dat de armoede zal toenemen. In ons land heeft een kleine 5 % van de mensen te maken met materiële ontbering. Dat zou met 2 % kunnen stijgen. Dat zijn meer dan 200.000 mensen. Het aantal mensen zonder een goed sociaal weefsel zou stijgen van 12 tot 17 %.’ Toch wil professor Annemans niet doemdenken. ‘Als we er met bepaalde geneesmiddelen voor zouden kunnen zorgen dat de ziekte bij de zware gevallen veel minder drastisch evolueert, dan kunnen we met het virus leren leven tot er een vaccin is. En ik ben er ook van overtuigd dat het ‘nieuwe normaal’ nadien beter kan zijn dan het vroegere normaal.’

Voorzichtig optimisme Een gelijkaardige houding van waakzaamheid en voorzichtig optimisme is te horen bij klinisch psycholoog Francisco D’Hoore uit Meise. D’Hoore begeleidt mensen met angst, burn-out, relationele problemen en levensfaseproblematieken. Hij begeleidt topsporters, screent voor de NAVO diplomaten die naar conflictgebieden trekken, en is voorzitter van de psychologenkring Vlaams-Brabant Noord. Klinische psychologie is een essentieel beroep dat met social distancing en videobellen kon worden voortgezet tijdens de lockdown, maar D’Hoore zag bij zichzelf en zijn collega’s ongeveer de helft van de behandelingen tijdelijk on hold gezet worden, terwijl de instroom van nieuwe patiënten werd gedecimeerd.

‘Van de huisartsen horen we wel dat er een vloedgolf aan nieuwe aanmeldingen aankomt. De lockdown zorgt zeker voor een verhoogde nood aan psychologische hulp. Sommige mensen met een voorgeschiedenis zijn er nu slechter aan toe. Denk aan mensen met een problematiek van verslaving. Of aan de singles bij wie de eenzaamheid begint te wegen of aan mensen die zich nog meer op hun werk hebben gesmeten en daarvan niet per se gelukkiger worden. Hulpverleners in de frontlinie die in hun naaste omgeving of op het werk een vrij zwak sociaal en ondersteunend netwerk hebben, lopen een groter risico op een weerbots. Collega kinderpsychologe Jana Breda uit Sint-Pieters-Leeuw zag tijdens haar eerste praktijkdag kinderen die vrij angstig waren.’

Maar misschien is het ook nuttig om even stil te staan bij mensen die gunstig evolueren. ‘Ik zie ook cliënten die na een week lockdown al andere mensen waren. Voor iemand die op het werk altijd met dezelfde vervelende collega moet samenwerken, is telewerken een zegen. Ook introverte mensen kunnen thuis floreren. Werken in open ruimten is trouwens één van de boosdoeners bij burn-out.’ Het feit dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, helpt ook. ‘Bij iemand die precorona als enige van zijn team in een burn-out terecht kwam, moest je eerst lang werken om zijn schuldgevoel weg te nemen. Dat heb je nu minder. Mensen met angst durven door de rust sneller buiten te komen. En mensen die in een loopbaantraject zaten omdat ze twijfelden aan hun huidige job, merken nu soms dat ze de essentie van die job eigenlijk wel graag doen, en dat het vooral de zaken errond zijn – de files en de race tegen de klok – die problematisch zijn. Ook familiaal zijn er mensen die weer naar elkaar toegroeien omdat er terug aandacht gaat naar de partner en de kinderen. Weer anderen broeden op ideeën die ze lang hebben laten liggen.’ Van collega-psycholoog Stijn Van Buggenhout, die het coronateam in de Zennevallei coördineert, hoor ik dat corona op veel plaatsen een verbondenheid creëert die hopelijk ook na de crisis kan blijven bestaan.’

D’Hoore hoopt dat mensen opnieuw meer controle krijgen over hun leven. ‘Mondmaskers mogen ons niet muilkorven. Er ligt een mogelijkheid voor de politiek maar ook voor de bedrijven om samen met de burgers en de werknemers te analyseren wat in de toekomst anders kan.’

 

Tekst: Michaël Bellon
Foto: © Filip Claessens
Uit: buurten juni 2020