submenu

Suzanne de Roos - 17/12/2019

Van de Noordpool naar de Molenbeek

In een van de appartementen op de vroegere Novarodesite woont Suzanne – Suzy – de Roos samen met haar echtgenoot vlakbij het nieuw aangelegde park, waar ook de Molenbeek opnieuw een prominente plaats kreeg.

Tijd voor een gesprek over haar leven in Rode en haar avontuurlijke vader, die ooit vrouw en kinderen achterliet om met zijn zeilboot de wereld rond te varen.

‘Mijn moeder was een Waalse en mijn vader was een Nederlander die altijd in Antwerpen heeft gewoond’, vertelt Suzanne. ‘Als 17-jarige jongeman vertrok mijn pa als vrijwilliger naar Wallonië om ons land te verdedigen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daar heeft hij mijn moeder leren kennen en ben ik ook geboren. Van daaruit zijn we naar Antwerpen verhuisd en later kwamen we in Ukkel terecht. Mijn vader had een garage in Brussel. Vandaar die laatste verhuizing.’

De echtgenoot van Suzanne is een rasechte Brusselaar. ‘We hebben elkaar in de hoofdstad leren kennen en woonden een 6-tal jaar in Jette, tot we een huis lieten bouwen in de Rodense wijk De Hoek. Daar zijn ook onze twee dochters opgegroeid. Toen zij het huis uit waren, werden zowel de woning als de tuin te groot voor ons tweetjes. We hebben ook een pand aan zee, en ik dacht eerst naar daar te verhuizen. Alleen is mijn echtgenoot niet zo’n fan van de kust. Hij wordt daar zenuwachtig van de wind’, lacht ze.

‘Op dat moment werd er veel reclame gemaakt voor de nieuwe appartementen die op de vroegere Novarodesite gebouwd zouden worden. We opteerden voor een appartement met één slaapkamer. Het is niet groot, maar wel gerieflijk ingericht. Hier aan het Novarodepark is het aangenaam wonen. We zitten dicht
bij het dorpscentrum en kunnen alle verplaatsingen te voet doen. Enkel om naar zee te gaan of onze kinderen te bezoeken, halen we onze wagen van stal.’

Lege blikjes

‘Van vroeger heb ik eigenlijk geen herinneringen aan de Molenbeek. Waar we woonden, in De Hoek, stroomde de beek niet. Nu is de Molenbeek vlakbij, we zien ze elke dag. We hebben ook het gezelschap van de eenden in het park, dat is plezierig. Eigenlijk hebben we hier  nergens last van. Soms wat geluidsoverlast van het containerpark, al blijft dat vrij beperkt. Alleen de school zorgt soms wel voor hinder. Vóór en na schooltijd rijden er veel auto’s langs om alle kinderen te komen afzetten of ophalen.

Maar wat mij het meeste stoort, is dat de kinderen veel minder respect hebben voor de natuur dan vroeger. Als mijn man en ik in het park gaan wandelen, hebben we altijd een vuilniszak bij om alle lege blikjes in te verzamelen. Het is ongelooflijk hoeveel rommel ze er achterlaten, soms zelfs tot boterhammen toe. De jeugd staat wel op de barricaden voor het klimaat, maar hun eigen afval laten ze rondslingeren in de natuur. Consequent is dat niet.’

‘Maar we mogen niet klagen, we hebben het hier goed’, gaat Suzanne verder. ‘Ik wil hier blijven wonen zolang ik kan. Een van onze dochters is ergotherapeut. Zij heeft ons geholpen met de inrichting van onze flat. Zo is de badkamer aangepast om met een rolstoel een douche te kunnen nemen en staan er in de leefruimte geen obstakels in de weg. We kunnen hier gerust onze oude dag slijten. Ik vreesde een beetje voor mijn man, maar hij was het vlugger gewend dan ik. Hij is heel sociaal en moet mensen om zich heen hebben. Waar we vroeger
woonden, was dat minder het geval. Na zijn pensioen liep hij daar een beetje verloren. Hier gaat hij elke dag winkelen en bovendien werkt hij twee dagen per week als vrijwilliger in dienstencentrum De Boomgaard. Ikzelf doe dat een dag per week. Wij zijn ook actief in het bestuur van Okra Rode. Als we in de buurt gaan wandelen of winkelen, komen we altijd mensen tegen die we kennen. Dat is plezant.’

Tweetalig

In een faciliteitengemeente wonen heeft voor Suzanne nog een voordeel. ‘Ik vind het een grote troef als je tweetalig bent. Thuis spraken wij Frans, maar ik ging naar een Nederlandstalige school. Mijn man is opgevoed in het Frans. Hij sprak Brussels, maar ging ook vijf jaar naar de GLTT om Nederlands te leren. Nu kan hij zich vlot uit de slag trekken. Zijn vrijwilligerswerk in De Boomgaard is de perfecte manier om zijn Nederlands te onderhouden. Als we thuis zijn, spreken we Frans onder elkaar. Maar zodra we in De Boomgaard zijn of op de activiteiten van Okra, schakelen we automatisch over naar het Nederlands.’

In de woonkamer van Suzanne hangt een puzzel van een prachtige zeilboot aan de muur. Het blijkt de boot van haar vader Willy te zijn. ‘In de jaren 70 liet hij een 13 meter lange zeilboot bouwen die hij de Williwaw doopte. Hij liet zonder boe of bah zijn vrouw en vier dochters achter en vertrok voor drie jaar op wereldreis. Ik was toen 24 jaar. Voor mijn moeder was het niet eenvoudig. In die tijd waren er nog geen moderne communicatiemiddelen, waardoor we soms lang zonder nieuws zaten. Toen hij drie jaar later terugkwam, vond hij dat de wereld enorm veranderd was. Daarom besloot hij op zee te blijven en naar de Noordpool te varen. Van daaruit zeilde hij naar Vancouver, waar hij goed onthaald werd. Daarna vatte hij het plan op om Noord- en Zuid-Amerika rond te varen, wat hij ook tot een goed einde bracht. 

Blijkbaar is zijn zeilschip het enige dat ooit de Noordpool heeft bereikt én Amerika is rondgevaren.’ ‘Vervolgens heeft hij nog één reis gemaakt, rond de Patagonische eilanden tot aan de Zuidpool. Nadat hij van die reis terugkwam, is het zeilschip Belgisch erfgoed geworden. Daarna heeft hij niet meer gevaren. Al die jaren op zee
hadden zeker op fysiek vlak hun tol geëist. Hij trok zich terug in Beverenaan-den-IJzer in een gerenoveerde hoeve, waar hij zich toelegde op schrijnwerkerij. Voor de kleinkinderen was het niet altijd even gemakkelijk, want zij hebben hun opa eigenlijk niet gekend. Ze hebben hem ook nooit als een grootvader beschouwd. Dat vond hij wel triest, maar je kunt natuurlijk niet alles hebben. Om zijn avontuurlijke leven te leiden, heeft hij zijn familie een beetje opzijgezet. Dat is een keuze die hij zelf heeft gemaakt. De consequenties daarvan moet je kunnen aanvaarden.’

Wind en zout

‘Mijn vader was geen gemakkelijke man. Hij was ook streng voor zichzelf’, vertelt ze. ‘Maar om in zulke zware omstandigheden op zee te kunnen overleven, moet je wel een sterk karakter hebben. Voor hem was het een drang om op het water te zijn. Hij moest zout en wind voelen, het koud hebben. Voor andere mensen is dat compleet ondenkbaar, maar voor hem was het de normaalste zaak van de wereld. Jean-Louis de Gerlache, een kleinzoon van ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache, vergezelde hem tijdens een deel van de reizen. Heel lang heeft hij het niet uitgehouden. Ergens onderweg hield de Gerlache het voor bekeken, omdat mijn vader niet bepaald de makkelijkste reisgezel was.’

‘Ik heb hier in Rode al een aantal lezingen gegeven over de avonturen van mijn vader. Mensen vragen me na afloop vaak of ik trots op hem ben. Ik ben dat ergens wel, maar in mijn binnenste had ik liever een gewone vader gehad die er voor zijn gezin was geweest wanneer we hem nodig hadden. Toen mijn jongste dochter werd geboren, kon ik haar niet aan mijn bloedeigen vader tonen omdat hij op avontuur was. Dat zal altijd een gemis blijven.’

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde
Uit: Buurten december 2019