submenu

Vader en dochter Michiels - 06/11/2019

Over papieren bootjes en grote overstromingen

In de Dreef, waar Sint-Genesius-Rode flirt met de grens van buurgemeente Alsemberg, stroomt de Molenbeek liefelijk door de achtertuin van de familie Michiels. Voor Christine is de beek een plek waar ze als kind papieren bootjes te water liet.

Vader Pieter herinnert zich vooral  de grote overstroming uit 1969. ‘Mijn ouders wonen hier sinds ze getrouwd zijn in 1954’, vertelt Christine. ‘Vader was afkomstig van Alsemberg, moeder komt uit Rode. Sinds mijn geboorte heb ik nooit op een andere plek gewoond. Ik ben graag aan het water. Zelfs als kind werd ik rustig als ik aan de waterkant zat. Maar als het water van de beek opkomt, ben ik minder op mijn gemak.’ De Molenbeek loopt dwars door hun achtertuin, overspannen door een brugje dat beide delen van de tuin met elkaar verbindt. ‘Toen ik klein was, lag er gewoon een ladder over de beek. Vroeger was de achterliggende tuin niet van ons. In de weide achter de beek stonden de schapen van de buurman. We kropen over de ladder om ze eten te geven. Achteraf is er een brug gekomen. Dat was gemakkelijker’, lacht ze.

Gekleurd papier

Urenlang kon Christine naar het water van de beek kijken. Soms veranderde het water zelfs van kleur. ‘Als ze in de papierfabriek gekleurd papier maakten, zag je dat meteen aan het water van de Molenbeek’, bevestigt ook vader Pieter. ‘Als er flessen of takken voorbij kwamen drijven, schreven we op hoeveel dingen we hadden zien passeren. Voor de jeugd van tegenwoordig klinkt dat misschien onnozel, maar wij hadden niet veel nodig om ons te amuseren. We vouwden ook papieren bootjes die we in onze tuin te water lieten, en die we dan een beetje verder opnieuw gingen oppikken. Als het water niet te hoog stond, probeerden we met onze regenlaarzen door het water te waden’, zegt Christine.

Pieter herinnert zich hoe hij als kind ging vissen in de Molenbeek en in de vijver aan het station. ‘We knutselden een vislijn met een lange stok en amuseerden ons uren aan een stuk. Als de vijver gekuist werd, kwam er plots veel vis in de lager gelegen delen van de beek. Al bleven die vissen meestal niet zo lang leven in het vuile water’, zegt hij.

‘Samen met de buren hebben we hier ooit eens een matras en zelfs een wc-pot uit de beek gevist’, vertelt Christine. ‘Dat was eigenlijk een plezante tijd. Iedereen in de buurt kende elkaar, er was veel meer sociaal contact dan  nu het geval is. Al was het leven aan de beek niet altijd idyllisch. Vroeger durfde het water soms verschrikkelijk te stinken. Pek, mazout of de inhoud van beerputten werd allemaal in de beek geloosd. Nu is dat gelukkig beter.’

Overstromingen

‘Het ergste wat ooit is gebeurd – en wat we nooit meer zullen vergeten – is de grote overstroming van eind augustus 1969. Toen liep de beek achteraan ons huis binnen en stroomde ze vooraan aan de straatkant weer naar buiten. Het was verschrikkelijk’, vertelt Christine. Op het atelier naast hun huis verraadt een kleurverschil in de gevelsteen ook vijftig jaar later nog tot waar het water ooit stond. ‘Dat is niet meer weg te krijgen. Alles was kapot. Ik was die dag toevallig bij mijn meter in de Lindestraat, toen het hevig begon te regenen. Ik belde naar mijn moeder om te zeggen dat  ze snel moest komen, omdat de regen door de ruiten naar binnen kwam. Jij zou beter naar huis komen, zei ze me, want hier is de beek aan het overstromen.’

‘Ik had juist een nieuwe auto gekocht’, weet vader Pieter nog. Die kon hij gelukkig wat hogerop parkeren, weg van het water. ‘Mijn overgrootmoeder lag beneden in haar bed’, gaat Christine verder. We waren van plan om haar zo lang mogelijk te laten liggen, maar het water had zo veel kracht, dat haar zware bed gewoon omhoog werd geduwd. Gelukkig konden we haar veilig naar een hogere verdieping dragen. De kippen is mijn vader met een wasmand uit het kippenhok gaan redden.’

‘Achteraf is de beek nog een aantal keer overstroomd, maar gelukkig nooit meer zoals toen. Mijn vader werkte vroeger graag in de moestuin. Telkens als de groenten klaar waren om geoogst te worden, overstroomde de beek en moesten we alles weggooien. Je kon dat niet meer opeten, soms dreef er echt veel vuil in de beek’, vertelt Christine. ‘Daarom ben ik gestopt met groenten  te kweken, dat had toch geen zin’, vult Pieter aan.

Huismus

‘Van Rodense verenigingen ben ik nooit lid geweest, zelfs niet als kind. De turnvereniging of de scouts, daar was mijn moeder geen voorstander van. Daarom heb ik hier zo veel uren gesleten aan de beek’, zegt Christine. ‘Mijn vrouw was een echte huismus’, beaamt ook Pieter. ‘Als ik voorstelde om eens een dagje naar zee te gaan, zei ze: Waarom zouden we dat doen? Hier is water genoeg. We waren content met wat  we hier hadden. In de zomer was het plezant om in onze tuin te zitten, in het zonnetje aan het water. Meer hadden  we niet nodig.’

Pieter en zijn dochter zagen Sint-Genesius- Rode de voorbije decennia erg veranderen. ‘Van alle buren die hier vroeger woonden, zijn wij de enige die overgebleven zijn. Vroeger zaten de mensen buiten op een stoel en werd er een babbeltje geslagen als je voorbijkwam. Toen ik mijn vrouw leerde kennen en ik de Dreef doorwandelde, hielden de buren alles goed in het oog. Welke schoenen ik droeg, welk kostuum ik aanhad, alles hadden ze gezien. Nu passeren de mensen elkaar zonder goeiendag te zeggen. Met de nieuwe buren hebben we quasi geen contact meer’, aldus Pieter. ‘Mijn zoon Steven is met zijn gezin naar Overijse verhuisd. In die wijk kent iedereen elkaar. Dat is hoe Rode vroeger ook was’, aldus Christine. ‘Maar hier weggaan zal niet voor direct zijn. Ik ben hier geboren. Deze plek aan de Molenbeek is mijn thuis.’

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde
Uit: Buurten november 2019