submenu

Martijn Wauters - 19/09/2019

Op safari in eigen land

Hoe je van een doodgewone wandeling in eigen streek een spannende ontdekkingstocht kunt maken, daar weet Martijn Wauters alles over. Hij schreef het boek Op safari in eigen land, dat je uitdaagt om 101 dieren te gaan spotten.

Laat de tablets en smartphones aan de kant, en trek er met het gezin op uit langs parken, bossen, duinen en stranden. En vergeet je eigen tuin niet.

Martijn is met zijn vrouw Sabrina en twee dochters Noa en Lara uitgeweken naar buurgemeente Alsemberg, maar hij groeide op in Sint-Genesius-Rode. ‘Samen met mijn zus en twee broers bracht ik mijn jeugd door op de Heymansdries, dicht bij het voetbalveld van De Hoek. Mijn ouders wonen daar nog altijd’, vertelt hij.

Als kleinzoon van Kinderuur-oprichter Willem Savenberg zat het vertellen van verhalen in zijn bloed. ‘In het verleden schreef ik al enkele boeken’, zegt Martijn. ‘De eerste twee hadden een link met mijn job als personeelsverantwoordelijke voor het OCMW en de gemeente Beersel, en gingen over ideeën rond arbeid en flexibel werken. Daarnaast heb ik als ghostwriter meegewerkt aan een aantal andere boeken. Op die manier was ik op de achtergrond altijd wat met schrijven bezig.’

Vijf dieren

‘Het idee voor het safariboek ontstond vrij toevallig’, vertelt hij. ‘Mijn dochters zijn nu tien en twaalf jaar oud. Van kleins af aan ging ik regelmatig met hen wandelen. Toen ze wat groter werden, vonden ze die wandelingen niet meer zo tof. Dus bedacht ik een spelletje waarbij ik vijf dieren op een blad papier schreef – waarvan ik wist dat we ze onderweg zouden tegenkomen – die ze dan tijdens de wandeling moesten zoeken. Ik zag dat ze dat leuk vonden en dat ik hen zo kon aanporren om mee naar buiten te gaan. Dat is altijd in mijn achterhoofd blijven hangen’, aldus Martijn.

‘Vorige zomer gingen we op vakantie in Frankrijk, in een huisje op een vakantie- domein. Daar zaten herten, beverratten en salamanders. We hoorden zelfs een bosuil roepen. Op het einde van de vakantie had ik een lijstje gemaakt met alle dieren die we gespot hadden, en kreeg het idee voor het safariboek stilaan vaste vorm. Het leek me leuk om een boek te schrijven waarin je niet alleen wat achtergrondinformatie over de dieren in kwestie kon lezen, maar ook kon noteren waar en wanneer je ze had gespot. Dat idee heb ik verder uitgewerkt en naar twee uitgeverijen gestuurd. Borgerhoff & Lamberigts was meteen bereid om het uit te geven. Ik heb de teksten aangeleverd. De uitgeverij heeft de lay-out en de foto’s voor haar rekening genomen.’

Aliens

Over zijn favoriete dier hoeft Martijn niet lang na te denken. ‘Ik vind de kwal heel tof’, zegt hij zonder aarzelen. ‘Op het eerste gezicht lijkt dat misschien een onnozel dier, maar veel kwallensoorten hebben bijzonder boeiende eigenschappen. Er bestaan kwallen die onsterfelijk zijn. Ze kunnen altijd opnieuw teruggaan naar het eerste stadium van hun ontwikkeling en zo eeuwig in leven blijven. Daarnaast zijn er ook lichtgevende kwallen. Het zijn de aliens onder de dieren.’

In het boek zit ook een ‘big five’. Geen leeuwen of olifanten, maar vijf dieren uit eigen streek die een stevige uitdaging vormen voor beestjesspotters. ‘Dat zijn de otter – die in onze contreien lang uitgestorven was, maar sinds kort op enkele plaatsen opnieuw is opgedoken – de adder, de uil, de meerval en de zwarte zwaan. Die zijn wel te vinden in ons land, maar je moet een beetje geluk hebben’, zegt hij. ‘Uiteraard zijn we zelf ook al op safari gegaan met onze dochters. Na amper één maand konden we al 62 van de 101 dieren afvinken, zonder ver weg te moeten gaan. Zelfs in je eigen tuin zitten al veel dieren uit de lijst verstopt.’

 

Monster van Loch Ness

‘Ook in Rode zijn er nog mooie plekjes natuur. Ik ga bijvoorbeeld graag naar Zevenbronnen. Tot een paar jaar geleden zat daar een grote meerval in de vijver, maar die is helaas dood teruggevonden. Ik vond dat heel spijtig, want dat was zo’n beetje ons plaatselijke monster van Loch Ness’, lacht hij. ‘Ook in het Zoniënwoud ga ik graag wandelen of fietsen. Als je daar door het bos wandelt, kan je meteen al een hele hoop dieren uit het boek spotten.’

‘Ik kreeg in mijn omgeving alleen nog maar positieve reacties. Al is dat misschien normaal. Mensen zullen mij niet zo snel komen vertellen dat ze het boek niet leuk vonden’, lacht hij. ‘Ik ben best trots op het eindresultaat. Dan doet het plezier als andere mensen het ook positief onthalen. Het safariboek werd door de uitgeverij verdeeld in alle Standaard Boekhandels. Onlangs maakten we met de collega’s een uitstap naar de zee. Die doken bij aankomst meteen de boekenwinkel in om te kijken of mijn boek er lag. En dat was het geval’, zegt hij glimlachend.

Chinees kookboek

‘Het safariboek is ook door een Nederlandse uitgeverij overgenomen, die 2.000 exemplaren gedrukt heeft. In België is de uitgeverij gestart met 4.000 exemplaren. De boekenmarkt in Vlaanderen is niet zo groot. Er zijn eigenlijk maar een tiental boeken per jaar die een grote oplage halen. Ik vermoed dat een gemiddeld boek in Vlaanderen ergens rond de 800 à 900 verkochte exemplaren zal schommelen. Soms lijkt het alsof alleen kookboeken nog verkooprecords kunnen breken. Mijn volgende boek moet misschien iets met dieren en koken worden. Ik heb al eens voor de grap gezegd: als dit boek ooit in China op de markt komt, zal het misschien een kookboek zijn van 100 dieren die ze moeten opeten. Maar voorlopig is het daar nog niet geraakt’, lacht Martijn.

‘Er zitten heel wat ideeën in mijn hoofd om een vervolg aan het boek te breien. Er valt nog veel mee te doen, maar het zal wat afhangen van het verkoopsucces en de richting die de uitgeverij uit wil. Ik hoop in elk geval dat ik ooit deel twee op papier mag zetten.’

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde
Uit: Buurten september 2019