submenu

30 jaar petanqueclub Rode - 12/09/2019

Familiale sfeer centraal

Drie keer per week worden aan de Kwadeplasstraat de petanqueballen bovengehaald voor een partijtje jeu de boules. Ondertussen bestaat de Rodense petanqueclub dertig jaar. Hoog tijd voor een gesprek met enkele drijvende krachten uit het bestuur.

Neem ons even mee naar het begin. Hoe is de petanquevereniging precies ontstaan?

Alain Mosselmans (bestuurslid): ‘Eigenlijk is alles begonnen in de Dwarshaagstraat, in de buurt van het Koningsplein. Daar begonnen we met enkele vrienden petanque te spelen. Na een aantal omzwervingen kregen we van de gemeente een gebouw ter beschikking. Dat was meteen het uitgelezen moment om onze club een volwaardige structuur mee te geven en een vzw op te richten. Die vzw bestaat dertig jaar, maar de niet-officiële geschiedenis van de petanqueclub gaat dus al iets verder terug.’

Marina Vanhaelen (voorzitster): ‘Ons eerste gebouw bevond zich in Ten Broek, recht tegenover de Aveve-winkel. Daar hebben we ongeveer vijftien jaar petanque gespeeld. Op het einde kregen we helaas problemen met de omwonenden, die vonden dat onze petanqueballen te veel lawaai maakten.’

Marcelle Calle (bestuurslid): ‘In juni 2005 zijn we verhuisd naar de gebouwen aan de Kwadeplasstraat.’

Marina: ‘Vroeger was dit gebouw een opslagplaats van de politie. We hebben zowel binnen als buiten petanquebanen aangelegd, en zorgden ook voor verwarming, toiletten en een cafetaria.’

Jean Boon (penningmeester): ‘Toen we naar de Kwadeplas verhuisden, hadden we meer dan honderd leden. Maar daarvan zijn er helaas al veel overleden.’

Hoeveel leden telt de club nu nog?

Alain: ‘Een 70-tal, onder wie een 40-tal actieve spelers. Dat betekent dat ze wekelijks een balletje komen werpen in onze club. Op dinsdag en vrijdag wordt er in de Kwadeplas petanque gespeeld tussen 19 en 22 uur, op woensdag- namiddag zijn de spelers welkom tussen 14 en 17 uur.’

Marcelle: ‘Wie bij ons petanque wil spelen, betaalt per jaar 25 euro lidgeld. Voor sommige leden betaalt het ziekenfonds daar een deel van terug. Per avond dat ze komen spelen betalen ze drie euro. Daarvoor krijgen ze twee consumpties in ruil. Als ze die niet opdrinken tijdens het petanquen, mogen ze een drankje mee naar huis nemen.’

Alain: ‘Het is niet altijd makkelijk om als kleine vereniging het hoofd boven water te houden. We komen rond, maar we hebben niet veel overschot. Huur, gas, elektriciteit, verzekering … dat is allemaal niet goedkoop. Gelukkig kunnen we rekenen op de onbaatzuchtige inzet van de bestuursleden. Naast de spelende leden heb je immers ook mensen nodig die de boel proper houden, drank in de koelkast leggen, de administratie regelen en de verwarming op tijd aanzetten.’

Organiseert de club nog andere activiteiten om geld in het laatje te krijgen?

Marina: ‘Eén keer per maand houden we een toernooi waarop iedereen welkom is, zelfs spelers van andere clubs of mensen die niet zijn aangesloten bij een petanquevereniging.’

Marcelle: ‘Eén keer per jaar organiseren we ook een brocante. De mensen komen spullen brengen en wij verkopen die. Dat brengt een extraatje op, maar er komt ook veel voorbereidingswerk bij kijken.’

Alain: ‘We stellen onze clublokalen ook af en toe ter beschikking van leden die bijvoorbeeld een familiefeest met petanquetoernooi willen organiseren. Daarnaast hebben we elk jaar een stand op de jaarmarkt en de kerstmarkt. Dat doen we niet alleen om een extra centje in de kas te krijgen, maar ook om deel te nemen aan het sociaal-culturele leven in de gemeente. We willen hier niet apart op ons eiland zitten.’

Het cliché wil dat petanque vooral iets is voor senioren. Klopt dat?

Marina: ‘Dat misverstand willen we graag uit de wereld helpen: petanque is zeker niet alleen een sport voor oudere mensen.’

Alain: ‘Ons jongste lid is 14 jaar, onze oudste petanquespeler is 91. Ondanks zijn hoge leeftijd komt hij nog elke woensdag spelen.’

Jean: ‘En hij is kwaad als iemand anders zich bukt om zijn ballen op te rapen.’ (lacht)

Alain: ‘Ik hoop dat we nog meer jonge mensen warm kunnen maken voor de sport. Iedereen is welkom: mannen en vrouwen van alle leeftijden, met of zonder petanque-ervaring. Al moet ik misschien wat mensen ontgoochelen: we schenken hier namelijk geen pastis.’ (lacht)

Marcelle: ‘Je moet niet onderschatten hoe vermoeiend petanque kan zijn. Je loopt eigenlijk drie uur aan een stuk heen en weer.’

Marina: ‘Ik heb al dikwijls gedacht dat ik mijn stappenteller mee moet brengen om te zien hoeveel stappen ik hier zet op een gemiddelde petanqueavond.’

Wat maakt jullie petanqueclub uniek?

Alain: ‘In tegenstelling tot veel andere clubs spelen wij geen competitie. Bij ons draait het louter om ontspanning, we vinden de familiale sfeer belangrijk. Al gaat het er wel eens heftig aan toe tijdens een spelletje. Soms maken enkele millimeters het verschil tussen winst of verlies, wat voor discussies kan zorgen. Maar zodra het spel gedaan is, zijn we allemaal weer goede vrienden.’

Marina: ‘De ploegen worden samen- gesteld door loting, zodat je niet altijd met dezelfde mensen samen speelt. Je speelt de hele avond met dezelfde ploeg, maar de volgende keer loten we opnieuw. Zo vermijden we dat mensen altijd in hetzelfde groepje samenklitten.’

Alain: ‘We zorgen dat in elke ploeg een pointeur en tireur aanwezig is. Een pointeur zal de bal zo dicht mogelijk bij het doelballetje of cochonnet proberen te werpen; een tireur probeert de petanqueballen van de tegenstanders weg te schieten.’

Wat zijn jullie mooiste herinneringen aan de voorbije dertig jaar?

Marcelle: ‘In het oude gebouw in Tenbroek stond een kachel om de ruimte te verwarmen. Het was zo’n allesbrander waarin we allerlei soorten hout opbrandden en waar de leden hun petanqueballen even lieten opwarmen vooraleer ze begonnen te spelen. Alleen durfden ze die ballen uit het oog te verliezen, waardoor ze veel te heet werden. Er stond dus altijd een emmer water klaar om te blussen.’ (lacht)

Marina: ‘Soms legden we ook kastanjes rond het vuur, zonder dat de leden dat gezien hadden. Als die dan onverwachts begonnen te poffen, schrok iedereen zich een hoedje. We hadden ook eens een petanquebal die in twee gespleten was. Die gebruikten we om elk nieuw lid te ‘dopen’. Nieuwkomers werden altijd door Jean en mij op sleeptouw genomen, zodat ze de vereniging en de regels wat leerden kennen. Tijdens het eerste spel legden we dan stiekem die gespleten bal op het veld. Als nieuwe leden dan plots met een halve bal in hun handen stonden, dachten ze dat ze de boel hier al gesloopt hadden tijdens hun allereerste petanque-sessie. Die paniekerige blik in hun ogen was goud waard.’ (algemene hilariteit)

Marcelle: ‘We deden ook uitstappen, met de bus naar Duitsland, Amsterdam of Parijs. Daar heb ik mooie herinneringen aan.’

Alain: ‘Die uitstappen, dat is helaas niet meer van deze tijd. Mensen gaan niet meer met de bus op reis. Op dertig jaar tijd is het leven helemaal veranderd. Ook dat is een realiteit waar je als vereniging niet omheen kunt.’

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde
Uit: Buurten september 2019