submenu

Joeri Lissens over zijn leven in Steenokkerzeel - 14/06/2019

Verdwalen tussen velden en vliegtuigen

Eind 2013 ruilde Joeri zijn thuisgemeente Sint-Genesius-Rode voor een leven in Steenokkerzeel. Als luchtverkeersleider op de luchthaven van Zaventem wilde hij vooral dichter bij zijn werk gaan wonen. Van aan de andere kant van de Brusselse ring vertelt hij hoe hij Rode van een afstand bekijkt.

Mijn verhuizing was puur gelinkt aan het werk’, steekt Joeri van wal. ‘Ik werkte sinds 2007 op de luchthaven van Zaventem als luchtverkeersleider bij – toen nog – Belgocontrol, nu Skeyes. Tijdens mijn eerste werkjaren woonde ik nog bij mijn ouders in Rode. Mijn moeder werkte in meubelzaak Vastiau-Godeau in Alsemberg. Zij stond dus op een paar minuten op kantoor. Mijn vader is altijd met de fiets gaan werken. We kregen van thuis uit het advies: als je ooit een huis koopt, zoek dat dan in de omgeving waar je werkt. In dat opzicht was Steenokkerzeel een logische keuze.’

‘In 2010 is daar, vlak naast de luchthaven, een nieuwe woonwijk gebouwd, die ik letterlijk vanuit de verkeerstoren kon zien liggen, met een stuk of 100 huizen bij elkaar. Toevallig stond er daar in 2013 eentje van te koop. Mijn vriendin Elke en ik besloten om met de bewoners te gaan praten. Op een weekend tijd hadden we een huis gekocht.’ (lacht)

‘Mijn vriendin is afkomstig van het Gentse. Zij werkte in die periode op de luchthaven van Antwerpen. Steenokkerzeel was qua woon-werkverkeer al een stap in de goede richting. Inmiddels is ook zij in Zaventem op de luchthaven aan de slag, en kunnen we allebei met de fiets naar het werk. Van deur tot deur duurt dat amper een paar minuten. Als ik hoor hoe lang collega’s uit Gent of Antwerpen elke dag in de file staan, ben ik blij met onze woonkeuze. Reken maar uit hoeveel pendeltijd je verliest over een volledige carrière.’

Copy-paste

‘Ik ben in Rode opgegroeid in een rustige woonwijk, tussen allemaal gezinnen met kinderen van dezelfde leeftijd. In Steenokkerzeel heb ik bewust gekozen voor hetzelfde type woning in een gelijkaardige buurt, waar kinderen nog vrij op straat kunnen spelen. Dat is een copy-paste van wat mijn broer en ik van jongs af aan hebben meegekregen thuis. Waar wij wonen, hebben we bovendien weinig tot geen last van de vliegtuigen. Door mijn job wist ik perfect waar de vliegroutes waren. We hebben daar rekening mee gehouden bij de zoektocht naar ons huis. Die vliegtuigen zijn ook een bron van inkomsten voor zowel mijzelf als mijn vriendin. We kijken dus op een andere manier naar de luchthaven dan de actiegroepen die protesteren tegen het vliegverkeer.’

‘Ik kom relatief vaak in Sint-Genesius-Rode. Gemiddeld één keer om de twee weken ga ik bij mijn ouders langs. Maar ook voor speciale activiteiten zoals de jaarmarkt, het stoempfestijn van de wielertoeristen of de urban run zak ik met veel plezier naar mijn thuisgemeente af. Ik koester goede herinneringen aan Rode. Ik ging er naar school, eerst naar de Wauterbos en later naar het Onze- Lieve-Vrouwinstituut. Als kleine jongen speelde ik enkele jaren voetbal bij de Rhodienne. Later ben ik lid geworden bij de wielertoeristen van WTC De Hoek, waar ook mijn ouders allebei fietsen. Vanaf mijn 16e speelde ik enkele jaren zaalvoetbal bij Eurogold Rode en in buurgemeente Linkebeek was ik lid van de Toneelvrienden. Dat was een fijne tijd.’ ‘In Steenokkerzeel ben ik niet echt lid van een vereniging, maar ik heb er de sportieve draad wel weer opgepikt. Er is een schooltje vlak bij ons huis. Op maandagavond speel ik daar met lokale vrienden wat voetbal. Met een collega die ook in het dorp woont, ga ik regelmatig lopen. Als er activiteiten zijn in het dorp, zoals Steenokkerzeel Zingt, zijn we ook van de partij. En ook bloed geven doen we nu in Steenokkerzeel in plaats van in Alsemberg’, vertelt Joeri.

‘Voor culturele voorstellingen zakken we ook nog weleens af naar Rode. Stand-upcomedian Michael Van Peel hebben we trouwens ontdekt in de Boesdaalhoeve. Van jongs af aan kwamen we daar naar comedy kijken. Intussen is Van Peel onze favoriete comedian. Als in juni de seizoensbrochures uitkomen, kijken we naar culturele voorstellingen uit de hele Rand. Zowel bij ons in de buurt – Steenokkerzeel, Zaventem of soms Tervuren – maar ook de boekjes van de Meent en de Boesdaalhoeve liggen mee op tafel.’

Zwembad

Wat ik het meeste mis aan Rode, zijn sowieso de vrienden die je achterlaat en minder vaak ziet. Het zwembad mis ik ook. In Rode lag het openbaar zwembad vlak bij ons huis. Een luxe. Wij gingen in de lagere school elke week zwemmen, een heel schooljaar lang. We staken gewoon de straat over en waren er, maar ik besef nu pas dat dat niet overal even vanzelfsprekend is. In Zaventem is een zwembad, maar dat is sterk verouderd. Over het algemeen heeft Rode heel goede sportfaciliteiten, denk maar aan het synthetische voetbalveld. Ook het Novarode-park is mooi geworden. Vroeger was dat een kankerplek. Nu is het een fijne plaats om te wandelen of om met mijn neefje en nichtje naar de eendjes te gaan kijken.’

‘Wat ik niet mis? De taalstrijd misschien’, lacht hij. ‘In Steenokkerzeel is er ook vrij veel inwijking van anderstaligen, maar de gemeente communiceert wel consequent in het Nederlands. Er is ook een veel betere ondersteuning van de Chiro, scouts en jeugdwerking. Maar opgroeien in Rode heeft natuurlijk ook voordelen gehad. Ik merk dat onze kennis van het Frans beter is dan bij mensen die verder van de taalgrens wonen. Het is dus zeker niet alleen positief of negatief. De communicatie met de burgers in Steenokkerzeel is wel goed georganiseerd. Ook de website van de gemeente is goed uitgebouwd. Op dat vlak hinkt Rode nog achterop.’

‘Ik zie mezelf niet snel weggaan uit Steenokkerzeel. Ik zit goed waar ik zit, dicht bij het werk en toch niet té ver weg van vrienden en familie. Ik hou ook van de groene omgeving. Als ik bij ons thuis vertrek om te gaan lopen, zit ik drie straten verder tussen de velden. Ik gebruik trouwens altijd de overvliegende vliegtuigen als navigatie. Als ik verloren loop, kijk ik naar waar de vliegtuigen gaan om mij te oriënteren. Als er geen vluchten overkomen, is de verkeerstoren mijn oriëntatiepunt.’

 

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde

Uit: Sjoenke juni 2019