submenu

Zorgen voor elkaar - 01/03/2018

Op 18 maart is het Dag van de Zorg. Een ideaal moment om achter de schermen te kijken in centra waar zorg verleend wordt. Wij deden dat in het lokaal dienstencentrum De Boomgaard in Rode en spraken er met twee mantelzorgers.

Hubert Van Dyck

‘Elke dag op bezoek’

Elke dag trekt Hubert Van Dyck rond 14 uur naar De Boomgaard, waar zijn echtgenote verblijft. ‘Mijn vrouw 5 jaar geleden naar hier brengen was een enorme stap voor ons beiden. Je wil je vasthouden aan het leven dat je tot dan toe samen geleid hebt. Toch was het de beste oplossing. We waren op een punt gekomen waarop leven zonder aangepaste zorg geen optie meer was. Vandaag is het voor mij een enorme opluchting te weten dat Godelieve hier tot rust komt en de zorgen krijgt die ze nodig heeft.’

Hubert steekt echter niet onder stoelen of banken dat alleen leven geen pretje is. ‘Alleen zijn valt me zwaar. Zeker nu onze drie katten overleden zijn. Je kan je niet voorstellen hoe eenzaam het soms kan zijn. Soms voel je je ook wat hulpeloos. Gelukkig kan ik rekenen op de thuishulp van het OCMW. Twee keer per week komt er een dame die me helpt met de was en de strijk. Over het middagmaal hoef ik me geen zorgen te maken: daarvoor kom ik naar het dienstencentrum dat verbonden is met De Boomgaard.’

Een jaar geleden is de moeder van Hubert, die ondertussen 92 is, ook naar De Boomgaard verhuisd. Zij overleed, net voor de publicatie van deze buurten. ‘Voor mijn moeder was het belangrijk dat ze in onze buurt was. Zo voelde ze zich niet alleen. In de namiddag bracht ik heel wat tijd samen met haar en mijn echtgenote door. Onze beste momenten waren die waarop we in elkaars gezelschap konden genieten van de activiteiten die De Boomgaard organiseert. Recent hebben we een fijne namiddag beleefd tijdens het optreden van de Vlaamse zanger Salim Seghers.’

De echtgenote van Hubert bevestigt dat ze in dit woonzorgcentrum samen al vele fijne momenten hebben beleefd. Naast de optredens van zangers weet ze vooral de verjaardagsfeesten te smaken. ‘Dankzij het verblijf hier, zijn er een flink aantal zorgen van ons weggenomen. Dat maakt dat we tijd kunnen maken om in de namiddag van elkaars gezelschap te genieten. En dat doen we ook.’ (ND)

Jeanine Balle

‘Omringd door goeie zorgen’

De echtgenoot van Jeanine Balle was 52 jaar toen hij te horen kreeg dat hij aan het lockedinsyndroom (LIS) leed. Dat is een neurologische aandoening die een ernstige verlamming van de spieren van gelaat, mond, tong en ledematen veroorzaakt. De diagnose werd het begin van een leven waarin de zorg voor haar man centraal stond en met de jaren toenam. ‘Elke dag sta ik om 6 uur op om mijn man terug in een goede houding in zijn bed te leggen. Dat is ook het moment waarop ik zijn eerste aerosol toedien. Om 8 uur komt de verpleegster of een medewerker van gezinszorg om mijn echtgenoot mee uit bed te helpen en hem te wassen.’

Als Jeanine vertelt over de zorg die ze haar man geeft, doet ze dat met veel liefde. Maar ze benadrukt dat ze het alleen niet zou kunnen. ‘We kunnen gelukkig rekenen op thuisverpleging en ondersteuning van het OCMW, Familiehulp en Landelijke Thuiszorg. Zonder hun hulp zou het niet lukken. Eén keer per week gaan we naar De Boomgaard. Daar beschikken ze over de infrastructuur die het mogelijk maakt dat mijn man een bad neemt. Dat relaxmoment plannen we elke dinsdag in.’

Vroeger stonden Jeanine en Roland in het onderwijs. Jeanine gaf les in de lagere school. Roland gaf Nederlands en Engels in een Franstalige middelbare school. Tijdens hun actieve loopbaan hebben ze zich nooit kunnen inbeelden dat ze op een dag in een situatie zouden belanden waarin ze zo afhankelijk van zorg zijn. ‘Die drastische verandering in ons leven heeft ons al veel zware momenten bezorgd. Maar de keerzijde van de medaille is dat we hierdoor ook een sterke band met heel wat zorgverleners, vrijwilligers en onze familie opgebouwd hebben. We zijn goed omringd en dat maakt een verschil van dag en nacht.’

Wat ze nog van de toekomst verwachten? ’18 jaar geleden kregen we in het ziekenhuis te horen dat Roland waarschijnlijk niet langer dan 3 maanden meer zou leven. Hoe moeilijk ons leven ook is, het feit dat Roland er nog altijd is en over de capaciteiten beschikt om een boek te schrijven en plezier beleeft aan het zien van onze kinderen en kleinkinderen, geeft ons de moed om door te gaan.’ (ND)

Uit: Buurten maart 2018